Stadsgewest 's-Hertogenbosch

Stadsgewest ’s-Hertogenbosch (programma 8)   
Door de raden van de deelnemende gemeenten is in 1997 besloten de samenwerking op basis van de gemeenschappelijke regeling Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch per 1 januari 1999 te beëindigen. Het Stadsgewest blijft tot het moment van overdracht van de voormalige vuilnisstortplaats De Vlagheide aan de provincie verantwoordelijk voor de financiële administratie, de begroting, de jaarrekening en de nazorg daarvan. Op basis van de huidige inzichten zal de nazorgplicht van de Provincie Noord-Brabant aanvangen in het vierde kwartaal 2018. Dit is het moment waarop de stortplaats, na het aanbrengen van de definitieve bovenafdichting en het verrichten van de eindinspectie, formeel gesloten zal worden verklaard.

In het kader van deze overdracht meldt het bestuur van het Stadsgewest een risico. Er dient een doelvermogen beschikbaar te zijn waaruit de kosten van de nazorg gedurende een periode van 300 jaar (= eeuwigdurend) betaald kunnen worden. Dit doeIvermogen is door de provincie in 2008 berekend op € 17,6 miljoen. Ter dekking van dit doelvermogen is door het Stadsgewest al enige jaren geleden een bedrag gestort bij de provincie wat, sinds medio 2015 met een laag risicoprofiel is belegd. Het saldo hiervan bij de concept jaarrekening 2016 bedraagt € 16,5 miljoen.

In de raadsvergadering van 16 mei 2017 is de programmabegroting 2018 en de meerjarenraming 2019 van het Stadsgewest besproken. Uit deze programmabegroting blijkt dat het bestuur van het Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch een uiteindelijk tekort van € 2,7 miljoen verwacht. Dit tekort zal moeten worden gedragen door de deelnemende gemeenten. De afrekening wordt verwacht na overdracht van de stortplaats in 2018. Het aandeel van de gemeente Heusden in dit berekende tekort is becijferd op circa € 131.000.

Het definitieve doelvermogen zal echter pas na overdracht, in 2018, worden bepaald. Het doelvermogen op grond van berekeningen van het Stadsgewest en een onafhankelijke expert zou
€ 14 miljoen bedragen. Los hiervan wordt momenteel onderhandeld met de provincie over de uitgangspunten die gebruikt moeten worden bij het vaststellen van het doelvermogen. Zo is er tot op heden uitgegaan van een rekenrente van 5%. Een aanpassing van 1% leidt echter tot een hoger doelvermogen van 48% (ca. € 7 miljoen op basis van het doelvermogen van € 14 miljoen). Daarentegen kan de afschrijvingstermijn van de bovenafdichting mogelijk naar boven worden bijgesteld hetgeen een positief effect heeft van ca. € 1,6 miljoen op het doelvermogen. Ook de overdracht van het onderhoud aan de gemeente Meierijstad kan een voordelig effect hebben op de hoogte van het doelvermogen. Hierbij moet het risico voor de provincie wel worden afgedekt door een garantstelling van de deelnemende gemeenten voor het zelfde bedrag als het voordeel dan is.

Door de aannemer is een arbitragezaak aangespannen met betrekking tot een geschil is tussen aannemer en Stadsgewest over een aantal kosten tot een totaal van Є 1,7 mln. De rechtmatigheid van die claims zijn door ons bestreden. Het verweer in die zaak wordt door onze advocaat voorbereid.

Concluderend stellen we dat er sprake is van een financieel risico van € 12,3 miljoen (€ 3,6 miljoen afwijking doelvermogen, € 7 miljoen bijstelling 1% rekenrente en 1,7 miljoen arbitragezaak). Daar tegenover staat een kans op meevallers van € 2,6 miljoen (€ 1,6 miljoen lager doelvermogen door het verlengen van de afschrijvingstermijn en € 1 miljoen terreinonderhoud). Per saldo moet er daarom in het risicoprofiel rekening worden gehouden met een hoger tekort van € 9,7 miljoen. Het aandeel van de gemeente Heusden bedraagt 4,9%. Afgerond is het berekende risico € 475.000.

De kans dat dit risico zich zal voordoen is aanwezig. De provincie heeft in 2016 een evaluatie van het nazorgfonds aangekondigd. Op basis van deze evaluatie wordt een besluit verwacht over de aanpassingen van de uitgangspunten voor het doelvermogen.

Risicoprofiel

Maximale omvang

kans

2018 begroting

€ 475.000

40%

2016 jaarrekening

€ 392.000

40%